Waterkelders herontdekt

waterkeldersIn witte pakken wrong zich een delegatie stadsdeelbestuurders, historici en aannemers door een smal gat in de vloer van Lauriergracht 116 naar twee heel bijzondere waterkelders onder de grond. Even daarvoor hadden architectuurhistoricus Pieter Vlaardingerbroek van Bureau Monumenten en Archeologie en architect Ramon Pater verteld over de grote vondst van de laatste maanden, tijdens het restaureren van de fundamenten van het voormalige lutherse weeshuis uit de 17e eeuw, een rijksmonument.


Het gaat om unieke waterkelders, zegt Vlaardingerbroek, die er ook gisteren weer helemaal opgewonden van werd. "Amsterdam kent veel kleine waterkelders, onder meer onder woonhuizen. Maar zelden verkeren ze in goede staat. Deze waterkelder kon honderdduizend liter bevatten. Bovendien vonden we een tweede kelder van ongeveer dezelfde omvang." Alleen het Burgerweeshuis en het Maagdenhuis kennen enigszins vergelijkbare waterkelders. Meestal zijn dan delen ervan gesloopt en zijn ze ontoegankelijk.


Waterkelders werden volgens Vlaardingerbroek vooral gebruikt om er zeker van te zijn dat de watervoorziening in orde was. Water kon ook worden gekocht, maar dan was men afhankelijk van de aanvoer per schip. Het monument bestaat uit een hoofdgebouw en twee losstaande vleugels op het binnenterrein. Zo konden de jongens en meisjes in het weeshuis ook worden gescheiden. Later kreeg het pand andere functies. Zo werd het gebruikt als militair hospitaal, in 1811, als kazerne en politiebureau, tussen 1881 en 1930, en als passantenhuis voor Knil-militairen. Het is ook nog tijdelijk een jeugdhotel, in 1961, en een opvanghuis voor drugsgebruikers geweest. Vervolgens was het pand in gebruik als kantoor van Spirit, een instelling die jongeren opvangt. Nu wordt er antikraak gewoond en zijn er op de bovenverdiepingen ateliers en kantoorruimtes.


Stadsdeel Centrum is de eigenaar van het pand en wil er na de restauratie opnieuw kleine bedrijven in huisvesten. Volgens Vlaardingerbroeks beschrijving gaat het om een prachtig pand met brede gevel en negen vensters. Onderdelen ervan dateren van 1784. In 1678 werd het weeshuis gebouwd in een reeds bestaand pand. In de achttiende eeuw werd het stevig verbouwd en kwam er een nieuwe gevel. Het achterhuis werd deels aangepast. Tegelijkertijd zou een dwarsvleugel met regentenkamer zijn gebouwd.


Vlaardingerbroek stuitte bij het Stadsarchief op veel gegevens, in wat er de 'lutherse dozen' worden genoemd. Alle tekeningen zaten erbij met de vermelding wie aan het weeshuis hadden gewerkt. Eén van de twee waterkelders stond erop. De rechter niet, maar die is nu dus teruggevonden.

 


Bron: Het Parool, door Ton Dam