Protest sloop palmstraat
palmstraatDe bewoners van een groot woonblok in de Palmstraat willen niet weg uit hun straat. Ze vormen één front tegen woningcorporatie Ymere, die het blok liever vandaag dan morgen tegen de vlakte ziet gaan.
 
Lavinus Pieterse stapt net zijn deur uit. Hengel in de hand. Pieterse (74) woont het langst in het blok. Hij kwam er als klein jochie met zijn moeder, twee broertjes en een zusje bij opa boven wonen, op nummer 82'". "De band was groot. Iedereen hielp elkaar. Tante Betje, tante Anne, tante Mietje en ome Jan, de versewaar-man. Allemaal al afgelegd. Echte Jordanezen zijn er nauwelijks meer in de straat," zegt Pieterse, die uit een gezin van zestien kinderen komt. Nu heeft hij 'een groot huis' in zijn eentje. "Ja, de ramen klemmen, maar met een harde douw gaan ze nog wel open."

De Palmstraat is één van de straten van Amsterdam waar nog typische eind negentiende-eeuwse arbeiderswoninkjes staan. Een straat waar Ymeres voorganger, Zomers Buiten, twintig jaar geleden al massaal wilde slopen. De bewoners vechten er sindsdien tegen. Een hecht buurtje, dat al verschillende straatfeesten heeft gehouden. Tamar Stern, de voorzitter van de bewonerscommissie die de club twintig jaar geleden met succes aanvoerde, laat foto's zien van gedekte tafels met eten. Ook heeft ze nog een exemplaar van de Jordaankrant uit 1989. 'Rustig aan in de Jordaan,' hebben de bewoners uit de Palm-straat op hun T-shirts staan.

Pieter Tol was één van hen. Hij kwam er 37 jaar geleden wonen. "Ik kom uit Zuid, maar ik kende de Jordaan goed omdat ik er al als elektro-nicamonteur werkte. Ik ben nogal technisch en help veel buren met dingen. Dus ik heb een verhoogd krediet." Tol voelde zich meteen thuis in de straat, waar tante Nel, tante Alie, tante Riek, tante 'geile' Anne (bij wie volgens overlevering vuilnismannen mee naar boven gingen) 'tot hun taille' uit het raam hingen. Die Jordanese sfeer is er volgens velen nog steeds. "Mensen met het hart op de tong. Tante Riek was toiletjuffrouw op het Rembrandtplein. Als ik daar was doorgezakt, haalde ik haar altijd op. 'Taxi, meerijden?' riep ik dan naar haar. Nou dat deed ze graag."

Hij woont naast Stien en Freek, een Jordanees echtpaar dat al ruim veertig jaar in de Palmstraat woont en ook niet weg wil, hoewel de woningen klein - pakweg vijftig vierkante meter - zijn en nogal wat gebreken vertonen. Sommige huizen zijn verzakt en vertonen diepe scheuren. Bij andere huizen klemmen de deuren en ramen. In de straat worden sommige huizen door dikke palen gestut. Dat de bewoners desondanks niet weg willen, heeft niet alleen met de lage huur, maar vooral met de gemoedelijke sfeer te maken. "Als'mijn deur klemt, schaaf ik hem zelf wel bij," zegt Tol.

Zijn buurvrouw Ineke Rienks kwam er in 1987 wonen. Ze moest even wennen aan de dagelijkse gesprekken via het raam. "Ze hadden een pittig taalgebruik, de dames over en weer. Het leek wel alsof ze ruzie hadden. Ze hielden ook alles in de smiezen. Kwam mijn moeder een keer langs en riepen ze vanuit het raam: 'Ze is er niet hoor. Ze doet even boodschappen.' Nee, je ligt hier niet een paar dagen dood in je huis." De vloer in Rienks' woning loopt scheef. Ze pakt een stoel op wieltjes. "Kijk, die rolt zo naar de hoek toe." Het deert haar niet. "Het is hier heerlijk in het puntje van de Brouwersgracht en de Lijnbaansgracht. Het is het laatste stukje Jordaan, het einde van de wereld bijna. Zo rustig. En met aparte bewoners. Net een film van Woody Allen."

De solidariteit is nog steeds groot. Toen één van de mensen met een psychische makke zijn huis uit moest, zorgde de buurt ervoor dat hij in de straat mocht blijven wonen. En toen Dory Bleyswijk ziek werd, hielden ze allemaal een oogje in het zeil. "Buurvrouw Stien deed boodschappen en een andere buurman zei: 'Als je het woord help op het raam plakt, kom ik er meteen aan," zegt Bleyswijk.

Bij Florian Hellwig, theatermaker, hangt de poster: 'Wij blijven hier nog lang en gelukkig wonen.' Hij is niet van plan te verkassen. "Er wonen Jordanezen, gezinnen met kinderen, mensen uit allerlei landen. Mijn buurman is een Fransman, ik ben Duitser. In mijn blok wonen veel kunstenaars. Voor ons is het fijn dat we een lage huur hebben." Her en der in de straat, ook aan de overkant van het blok, hangen posters met een foto van minister Piet Hein Donner: 'We laten ons niet bedonderden.' Op het raam van Hellwigs buren, van wie het pand niet wordt gesloopt, is geplakt: 'Wij behouden graag hiernaast, inclusief onze buurtjes!'

Veel bewoners van het blok zitten 's zomers op de camping of op de volkstuin. Zoals het echtpaar Mary en Cor Link, dat al 45 jaar in de straat woont. "We zitten op de camping omdat mijn man rust moet hebben. We kunnen niet aan verhuizen denken. Het is zo'n heerlijk straatje. Wij gaan écht niet naar Osdorp of Sloten. Mijn man zei nog laatst: 'Ik ga er alleen uit tussen zes planken.''
 

Bron: Het Parool, door Ton Damen en Hanneloes Pen.