Palingoproer herdacht

Wandeling eindigt bij het Theo Thijssen MuseumHonderd mensen stonden gisteren in dejordaan stil bij het Palingoproer van 1886. Oud-commissarisjoop van Riessen zou de zaken anders aanpakken dan de politie destijds. Dikke kans dat als voormalig hoofdcommissaris Joop van Riessen honderd jaar eerder geboren was geweest, we in de geschiedenisboekjes nooit een Palingoproer hadden gehad. Dan had Van Riessen zich op die warme zondagmiddag van 25 juli 1886 ongetwijfeld hoogstpersoonlijk naar de Lindengracht gespoed om met de beethoofden aldaar uitgebreid van gedachten te wisselen.


Hij zou hun klachten hebben aangehoord en begrip hebben getoond voor het feit dat een vijfjarig meisje, met blonde krulletjes nota bene, door toedoen van diender Van Doorneveld een stuk touw tegen haar hoofd had gekregen en gewond was geraakt. Van Riessen zou namens het korps zijn verontschuldigingen hebben aangeboden voor het incident en hebben gesteld dat de kwestie tot de bodem zou worden uitgezocht. Want zo pakte Van Riessen in zijn jaren bij de Amsterdamse politie dergelijke zaken aan, zegt hij. Zo opereerde hij toen op het Mercatorplein woedende Marokkanen om vergelding huilden nadat een politieagent daar een bezoeker van een eethuis doodschoot. "Ik heb net zo lang gepraat totdat iedereen naar huis ging." Of het de hoofdcommissaris Van Riessen van 1886 net zo zou zijn vergaan op de Lindengracht, zal natuurlijk altijd een vraag blijven. Van Riessen is zelfde eerste om dat toe te geven. "Het waren andere tijden en andere omstandigheden, daarvoor weet ik niet genoeg van de situatie in dit specifieke geval."


De gewezen hoofdcommissaris krijgt echter bijval uit bijzonder deskundige hoek. "Het is heel goed mogelijk dat de aanpak van Van Riessen wel eens succesvol geweest zou kunnen zijn," zegt historicus Dennis Bos. Hij geldt onder meer als een autoriteit op het gebied van negentiende-eeuwse oproeren en stelt dat de zaken wellicht anders zouden hebben kunnen lopen als voor een Van Riessenachtige aanpak zou zijn gekozen. "Bij dit soort situaties kan een doordachtere aanpak de angel uit het conflict halen."


Bos en Van Riessen waren gisteren beiden aanwezig tijdens de door maandblad Ons Amsterdam en het Theo Thijssen Museum georganiseerde wandeling door de Jordaan, al sloot Van Riessen iets later aan. Tijdens deze 'Rood- en Oranje-Jordaanwandeling' werden de felle politiek-sociale tegenstellingen in de negentiende eeuw in deze buurt belicht. Bos vertelde over de socialisten in de Jordaan, zijn collega Anne Petterson zoemde in op de konings-gezinde bewoners van met name de Willemsstraat.


Dit is echt een recordopkomst, zegt organisator Peter-Paul de Baar. Als zich halverwege de wandeling nog een groepje bezoekers uit Arnhem aansluit, telt het gezelschap geïnteresseerden naar schatting honderd mensen. Vanwaar de massale interesse in een opstand van 125 jaar en twee maanden geleden? De bezoekers hebben ieder hun eigen motieven. Deelnemer Theo Nicola hoorde altijd van zijn oma de verhalen over de roerige tijden in de wijk. "Het is leuk om dat allemaal in perspectief te zien." Jantien van Hoof was vooral nieuwsgierig geraakt door de grote aantallen slachtoffers die vielen tijdens het Paling-oproer. "Er vielen 26 doden en meer dan honderd gewonden. Dat moet een strijd zijn geweest." In de Lindenstraat staat De Baar stil bij de plek waar de eerste dode viel op de inderhaast opgeworpen barricaden. Terwijl hij uit volle borst het Mariannelied zingt, legt hij twee klinkers dwars op de weg. De symbolische barricade moet echter wijken als een fourwheeldri-ve erlangs wil. "Gaat uw gang."


De wandeling eindigt bij het Theo Thijssen Museum in de Eerste Leliedwarsstraat waar Van Riessen zijn toespraak houdt. Na afloop spreekt hij met de bezoekers over zijn verleden als bestrijder van modernere oproeren. Dat hij als ME'er ook wel eens steviger uit de hoek kon komen als het spannend werd, komt dan ook naar voren. Met glimmende ogen: "We hebben hier in de stad heel wat vechtpartijen gehad."

 

 


Bron: Het Parool, door Marc Kruyswijk