Bouw Pottenbakkersgang

pottenbakkersgang5_kleinApril volgend jaar moet de Amsterdamse Pottenbakkersgang in het Openluchtmuseum in Arnhem te zien zijn. Wat zullen we daar beleven? In juli legde burgemeester Eberhard van der Laan in Arnhem de eerste oude steen voor de herbouw van de Pottenbakkersgang, die tot 2002 in de Westerstraat te vinden was. Drie pandjes, onderbroken door een gang, die naar krotwoningen achterin leidt. Kostte de vraag: wat met die pandjes Ie doen? Dat vergde enige hoofdbrekens, vooral van de wetenschappelijk medewerkers Renate van de Weijer en Carianne van Dorst.


Besloten is nu dat in het eerste een postkantoor van rond 1950 komt, in het tweede een Turkenpension uit de jaren zestig en in het derde een Jordaancafé uit de jaren zeventig.


"Van de krotwoningen zullen we zeer zorgvuldig een rotzooitje maken," zegt Van de Weijer. Daar zal ook worden ingegaan op de woonomstandigheden van de onderklasse rond de vorige eeuwwisseling. Het moet in die gang nogal gestonken hebben. Het is best mogelijk dat de bezoeker daar ook op getrakteerd zal worden. Van Dorst: "Met mosselen schijn je de goede geur te kunnen benaderen." Het postkantoor zal geen problemen opleveren, waardoor de onderzoekers zich nu vooral richten op de kroeg en het pension. Het cafédilemma, zegt Van Dorst: "Nemen we een bestaand café en proberen we dat in de beperkte ruimte na te maken of proberen we het karakter van een Jordaancafé uit de jaren zeventig te vatten? En moet het dan een café zijn dat niet-Jordaners typisch Jordanees noemen, zoals de Twee Zwaantjes, of cafés die Jordaners echte Jordaancafés vinden, zoals Hegeraad op de Noordermarkt, met de huiskamersfeer en de vaste jongens. Het laatste, denk ik."


Dat karakter wordt wel voor een deel bepaald door drank - en een functionerend café zal het niet worden - en vooral door de bezoekers. En dat worden dus geen Jordanese kroegtijgers, maar gezinnen die een dagje uit zijn in Arnhem. Hoe de juiste sfeer erin te krijgen? Met Jordaanliedjes uiteraard. "Geroezemoes moet er zijn. Krachttermen. Ook in liet café gebruiken we Hemen om sfeer te maken. Het zal er niikcn naar verschaald bier en rook. Ik denk dat we de walm niet voor elkaar krijgen, maar de geur van zware shag zal er zeker hangen. Ik heb al voorgesteld het café buiten openingstijden in gebruik te nemen als rookplek voor onze medewerkers, maar daar heb ik nog geen akkoord voor gekregen."


Te hopen is dat er geen flessen fatsoenlijke rode en witte wijn zullen staan. Daar deden ze niet aan. Wie in een Jordaancafé wijn bestelde, kreeg zoet Spaans bocht uit een fles met een flamencodanseres erop.


Van de Weijer houdt zich vooral bezig met het Turkenpension. Dat is er echt geweest. Nadat de familie Gasman haar verf- en behangzaak had gesloten, begon zij er één in het pand. Turkenpensions - zo werden de weinig luxueuze onderkomens voor gastarbeiders genoemd - hadden een belabberde reputatie. Citeren we het lied dat Ivo de Wijs erover schreef: 'Er liggen Turken onder het dressoir. /Er liggen Turken in het bad en op 't gazon. /Zelfs in de ijskast zitten er een paar/ O, wat verrukkelijk zo'n Turkenpension.'


Nu hoeft de familie Gasman niet uit uitbuiters te hebben bestaan, want er waren ook beschaafde bedrijven onder. Van de Weijer: "We zijn op zoek naar toenmalige bewoners, maar die hebben we nog niet gevonden. Er zijn wel andere getuigenissen, die een wisselend beeld geven. Dat heeft ook te maken met wie je het vraagt. Gastarbeiders die hier zijn geïntegreerd en een goed bestaan hebben opgebouwd, zullen prettigere herinneringen hebben aan die eerste stappen in Nederland dan mensen die zich hier slecht behandeld voelden en terug gingen naar Turkije. Misschien moeten we het wel in Turkije zoeken. Maar begin daar maar eens aan."

 

 


Bron: Het Parool, door Paul Arnoldussen