Naar Suzanna Jansen

karthuizerhofjeIn het teken van de Maand van de Geschiedenis organiseert het Jordaan-museum een middag over armoede in de Jordaan. Het is een prachtige zondag en toch zit het kleine zaaltje aan het Karterhuishofje vol met geïnteresseerden. Jong, iets minder jong, Jordaners en niet Jordaners. Een verwachtingsvolle spanning is voelbaar, we kijken allen naar Suzanna Jansen uit die ons gaat vertellen over haar succesvolle intrigerende boek ‘Het pauperparadijs’.
 

Suzanna Jansen, een echte Jordaanse, heeft nooit een boek willen schrijven vertelt ze.

Het is een familiegeschiedenis, wel vijf generaties beslaand. Maar dat niet alleen. Het beschrijft een verhaal van vele Jordaners en nazaten van Veenhuizers, die zijn opgegroeid met de verborgen angsten van voorouders om door de buitenwereld beoordeeld te worden. Zij realiseerde zich dat dit een verhaal was, dat op veel meer families dan alleen de hare sloeg, en voelde zich verplicht hierover te vertellen.

De eerste verwondering waardoor Suzanna haar zoektocht begon, was toen zij bij toeval een rookgordijn in haar familie ontdekte. Het verhaal dat haar familie van hoge stand afstamde, ‘adel werd nog net niet genoemd’, verbloemde wat er werkelijk had gespeeld. Haar overgrootvader was opgepakt wegens landloperij en had vast gezeten in het gesticht in Veenhuizen. Suzanna kwam echter te weten dat ook haar overgrootmoeder en eerdere generaties een link met Veenhuizen hadden.

 

suzannejansen

Boeiend vertelt Suzanna ons op deze vanmiddag haar trieste, complexe, bewogen verzameling aan ontdekkingen. Over het verstikkende leven in Veenhuizen, het rauwe leven in de Jordaan, het keiharde oordeel van de buitenwereld. Maar ook over de dappere beslissingen die haar (voor-) ouders hebben gemaakt om uiteindelijk uít de wringende sporen van armoede te treden. De zaal is stil, de intensiteit van het besef is groot. Een zucht van herkenning, een rilling van ontroering. Het verhaal van Suzanna komt dichtbij, raakt ons allemaal.

Vier jaar lang heeft de Jordaanse onderzocht, geanalyseerd, geschreven.
Het beschrijft in feite een deel van de oorsprong van ons welzijnssysteem. Hoe een goedbedoeld idee, desastreuze gevolgen kan hebben. Het gesticht in Veenhuizen, opgericht in 1823 om de onderklasse te verheffen. Het toen nog onontgonnen land in Drenthe leek oprichter, generaal Johannes van de Bosch, uitermate geschikt om degenen die niet van nut waren voor onze samenleving een kans te bieden op een betere toekomst door heropvoeding, disciplinering. Hard werken in een gestructureerde omgeving met veel frisse lucht. Hoewel het destijds tegen het principe van de standen in ging en het nog zo’n 80 jaar voor de invoering van de leerplicht was, stond de generaal er op dat de kinderen leerden lezen en schrijven.

 

Aanvankelijk meldden zich velen vrijwillig bij Veenhuizen. Hetzij omdat ze hoopten op een betere toekomst, hetzij omdat ze echt geen andere uitweg meer zagen van een dakloos hongerig bestaan. Later zou het landelijk beleid ook wetsovertreders naar Veenhuizen sturen.

 

hetpauperparadijsHet stigma waar de Veenhuizers eenmaal terug in de buitenwereld mee te maken kregen, daar kwamen ze bijna niet meer vanaf. Een schrijnend gegeven. Suzanna zag door de lijnen van de geschiedenis heen dat haar voorouders keer op keer hadden moeten liegen over hun achtergrond, puur en alleen om te overleven en om bestwil van de kinderen.

De Jordaanse en niet Jordaanse harten in de zaal worden hersteld in hun warmte wanneer Suzanna vertelt over haar ouders die glimlachend tegenover haar zitten om de goede afloop.  ‘Het lijkt wel een filmscène. Mijn moeder keek mijn vader aan, waar ik bij zat, en zei ’je wilde het uit maken he, maar toen keek je me in de ogen en toen kon je het niet’. Zo is het gebeurd, anders had ik hier nu niet in deze hoedanigheid geweest.’

 

Suzanna sluit af met een prachtig betoog over de kiem van het besef het waard te zijn, kinderen en iedereen mee te geven dat er echt meer ruimte is; de wereld is net zoveel van jou als van ieder ander!

 


Tekst: Maaike Lakeman