Tichelkerk bestaat 100 jaar

tichelkerkDe Tichelkerk bestaat een eeuw. 'Armoede voert niet tot God, ze brengt tot opstand tegen God.' Een huis des gebeds was de Tichelkerk, accentueerde Monseigneur Galliër, bisschop van Haarlem, honderd jaar geleden bij de opening van de kerk in de Tichelstraat. "Het huis dat u voortdurend eraan herinneren zal, dat ook gij bidden moet. Wordt er in den tegenwoordige tijd niet te weinig gebeden? Gij, in uw dagelijkse bezigheden, hebt veel beslommeringen, daarom zal in uw plaats hier dag en nacht worden gebeden."

 

En wie waren daar dag en nacht mee in de weer? Dat waren de zeer sobere, vrijwel bezitloze kapucijner monniken die in het tegelijkertijd geopende klooster bij de kerk huisden. Zij werden ook bij de bouw ingezet, lezen we in het aardige boekje 'De Tichelkerk in de Jordaan' van Emilia Clerkx. Het ging om 'drie broeders timmerman, twee broeders schilder en één broeder metselaar'.

 

De kerk, die viel onder de parochie van de Posthoornkerk in de Haarlemmerstraat, had vier missen op zondag, plus een kindermis. Mannen en vrouwen zaten apart. Daarbij twee collectes: één voor de kerk en één voor armen. Een orgel ontbrak en men zat ook in de kou, dat was in stijl met de ascetische kapucijnen. Rond 1930 trad wat dat betreft een zekere souplesse op: er kwamen een orgel en centrale verwarming.

 

In 1934 was er zelfs sprake van een frivool feest waar jazz was te horen. Niet in de kerk natuurlijk, maar in het nabijgelegen Elisabeth Patronaat. De opbrengst was wel voor de kerk. Een vers vestigde er de aandacht op: 't Zal U heus niet tegenvallen, 't Is een reuze leuke boel, / En daarbij moet U bedenken, Dat U steunt het goede doel! / Onze Paters Capucij-nen, Van de kleine Tichelkerk, / Vragen U langs deze weg thans: 'Komt en steunt dit mooie werk!' / U kunt daar eens écht genieten, 't Is beslist de moeite waard, / En hier gaat nu eens het spreekwoord van 'Plezier en nut' gepaard. / Nieuwe, aardige attracties vindt U op de Fancy-Fair / Jazz-Mu-ziek en Loterijen, Schieten, gooien, en zo meer.

 

tichelkerkoud

 

De kapucijnen begonnen een jongensschool op de Lindengracht, maar hun belangrijkste werk was de zielzorg onder de arme bevolking van de Jordaan, met inschakeling van weldoeners elders uit de stad. Daartoe richtten ze allerlei organisaties op, zoals de Rosavereniging, 'welker damesleden nieuwe kledingstukken vervaardigen en gebruikte herstellen voor de armen'. En de tweeduizend leden van de Twee-stuksvereniging stelden zich ten doel jaarlijks twee stuks nieuwe kleren te leveren voor noodlijdende gezinnen.

 

Belangrijk was natuurlijk het huisbezoek, waarbij niet alleen het woord werd verspreid, maar ook meer praktische zaken werden gedaan. Uit een verslag: '75 personen aan een baan geholpen. 50 personen tot de godsdienst terug gebracht, 8 kinderen in een gezin geplaatst, 680 kinderen voor rekening van de vereniging naar een katholieke school gezonden.'

 

Er werden cursussen gegeven, weer mannen en vrouwen apart, voor mensen die het katholieke geloof wilden leren kennen. Meestal ging het om verliefden die een gemengd huwelijk wilden aangaan. Maar: 'Zij die met minder oprechte bedoelingen bezield waren, b.v. slechts om 't meisje of de jongen katholiek wilden worden, verlieten meestal de cursus voor het einde.'

 

Pater Fabianus, die al vroeg bij de kerk was betrokken, zei het al: "Mensen, de armoede is geen zegen, ze is een vloek; ze voert niet tot God, ze brengt tot opstand tegen God." Dat klopte slechts deels: ook waar de armoede werd overwonnen kwarn men niet meer tot de godsdienst, de onkerkelijkheid liep, net als in het hele land, in de Jordaan heel snel op.' In Amsterdam van 34 procent in 1930 naar 45 procent in 1947.

 

Na de oorlog heerste alom de angst voor de vrije moraal - niet alleen bij de jeugd, ook bij de arbeiders. En die zou niet alleen leiden tot geloofsafval, maar ook tot vatbaarheid voor het communisme. Het antwoord: het bedrijfsapostolaat. De mensen werden in hun werkomstandigheden benaderd. Die waren, viel de kapucijnen al snel op, nogal belabberd. Bij de Wester Suikerraffinaderij in de Spaarndammerbuurt bijvoorbeeld was de hitte verschrikkelijk en het vuil veel erger dan gedacht.

 

Een kapucijn-aalmoezenier vond het geen wonder dat de Wester, zoals de fabriek werd genoemd, 'een rood bolwerk' was, met werkomstandigheden die 'voortdurend het uiterste van de mens vergen zonder mededogen op straffe van ontslag'.

 

Maar deze zelfde aalmoezenier zette zich er ook voor in dat negen 'prominente agitators' tegen die 'middeleeuwse toestanden' werden ontslagen en noemde zijn relatie met de directie 'meer dan goed'.

 

In de jaren zestig en zeventig veranderden de maatschappij, de kerk, de kapucijnen en het bedrijfswerk. De kapucijnen liepen nu ook, met communisten, in betogingen mee.

 

tichelkerkboekDe Tichelkerk vernieuwde met alternatieve kerkdiensten en andere omgangsvormen. Echt baten deed het niet. In 2004 narn de Russisch-orthodoxe kerk het gebouw over. De toekomst is aan de exoten. Maar men houdt de oprichters in ere. Tijdens de diensten wordt gebeden voor de stichters van de Tichelkerk.

 

Het boekje De Tichelkerk in de Jordaan is te koop voor € 5 in de kerk en bij de Island Bookstore, Westerstraat 15.

 

November is feestmaand in de Tichelkerk.

 

www.100jaartichelkerk.nl.