Zwanenkoor twintig jaar

zwanenkoor_kleinHet Amsterdamse Zwanenkoor viert dit jaar zijn twintigste verjaardag met een reeks optredens in de Rode Hoed. "Sja la la la lie, sja la la la la, dit is het Zwanenkoor. Wat ik het liefste hoor is het Zwanenkoor." Met Amsterdamse bravoure oefenen de Zwanenkoorleden in Theater de Rietwijker in Noord hun entree. Cabaretier Erik Breij is er vandaag bij voor de choreografieaanwijzingen: "Ook de mannen: handen in de lucht!".

 



Het is de één na laatste keer dat het koor bij elkaar komt, voordat het dak eraf moet in de Rode Hoed. Ria van Schaik: "Bijna alle voorstellingen zijn al vol. Het is altijd één groot feest. Het publiek zingt en danst en doet de polonaise."

Het repeteren is voor de koorleden geen straf; ze tappen moppen, zingen uit volle borst en de benen staan drie uur lang geen seconde stil. En dat terwijl het gros boven de vijftig is en de oudste 81. Onder hen nog enkelen van het eerste uur. Van toen het nog gewoon een zootje ongeregeld was: liefhebbers van het Amsterdamse levenslied die zich onder het genot van een biertje schor zongen in café de Twee Zwaantjes aan de Prinsengracht.

Twintig jaar geleden zocht het Jordaanfestival een invalact. Ze kwamen polsen bij het Jordanees zangcafé en het eerste optreden in de Westerkerk was beklonken. Dat smaakte naar meer. Ze vormden een vereniging en in 1991 traden de koorleden voor het eerst op in de Rode Hoed. Van Schaik: "Het bestuur zat met zweet in de handen, bang dat het niet uitverkocht zou raken." Vol zat het. Van één voorstelling per jaar, naar twee, vier en uiteindelijk acht. Dit jaar vieren ze het honderdste optreden in de Rode Hoed.

Hans Nolting is één van de weinigen die ze alle honderd hebben meegemaakt. "Zelfs toen ik geopereerd was aan mijn arm, heb ik met een mitella op toneel gestaan." Het koor is in twintig jaar uitgegroeid tot vijftig leden; er is zelfs een flinke wachtlijst. Cor Hoop van het bestuur: "Het moet in de toerbus blijven passen. En als er een plek vrijkomt, houden we een auditie. Dan staan we er heel streng bij: het is net Idols" Van Schaik: "We hebben ook veel heren op de wachtlijst. Uniek, de meeste koren kunnen niet aan heren komen.".

Naast de Rode Hoed treedt het Zwanenkoor nog zo'n veertig keer per jaar elders op. Vooral in verzorgingshuizen. Liesbeth van der Schaar: "Ze leven echt op als ze de oude liederen uit de Jordaan horen." Amsterdam huilt is één van de favorieten. Van Schaik: "En alle liederen over de Westertoren."

Elke woensdag komen ze met bijna het complete koor bij elkaar om te oefenen. Op zondag treden ze op. Hoop: "Het is een drukke hobby. Daarom is het lastig om te verjongen. Gezinnen met kinderen kunnen er vaak niet genoeg tijd voor vrijmaken." Van Schaik: "Vaak gaan we na afloop van het concert nog naar het café om door te zingen."

 

 


Bron: Het Porool - 18 februari 2010 - Door: Emma Boelhouwer